Rugklachten

Lage rugklachten komen veel voor: 9 op de 10 volwassenen heeft wel eens last van de rug, met of zonder uitstralende pijn naar billen of benen. Rugklachten gaan vaak gepaard met pijn, stijfheid, soms ook met krachtsverlies of doofheid. Röntgenonderzoek levert meestal geen aanvullende informatie op en wordt vaak achterwege gelaten.

Specifieke rugklachten
Slechts in 5-10% van rugklachten is er een duidelijke oorzaak te vinden. Dit zijn specifieke rugklachten. Vaak zijn dan vervormingen in de rug ontstaan. Deze kunnen tijdelijk zijn, of blijvend. Daarbij kan het gaan om vervormingen van de tussenwervelschijven (bv hernia, protrusie, artrose), vervorming van de stand van de wervels (bv scoliose, kyfose, lordose, spondylolisthesis), of vervorming van de wervels zelf (Ziekte van Scheuermann, osteoporose, Ziekte van Bechterew, artrose). Ook kan een vernauwing in het wervelkanaal (stenose) zijn ontstaan. Hierdoor kunnen zenuwen, bloedvaten of andere weefsels in de knel komen, waardoor de rug niet meer goed functioneert en klachten kunnen ontstaan. Soms geven vervormingen, zoals scoliose, in het geheel geen pijnklachten.

De oorzaak van specifieke rugklachten is niet altijd op te lossen, maar de gevolgen ervan (andere stand, pijn, vermoeidheid) kunnen we goed behandelen.

Aspecifieke rugklachten
In de meeste gevallen is geen duidelijke oorzaak voor de klachten te vinden. Dit worden aspecifieke rugklachten genoemd. Wel is bekend dat een aantal factoren een rol spelen bij het ontstaan van rugklachten: fysiek zware activiteiten, een verkeerd gebruik van de rug, spanning, lichaamsgewicht en een slechte conditie: de rug moet sterk genoeg zijn om de dagelijkse activiteiten uit te voeren. Zo niet, dan ontstaat overbelasting van pijngevoelige structuren van de wervelkolom, zoals tussenwervelschijven, wervelgewrichtjes, banden, zenuwen en spieren. Hierdoor ga je je rug vaak ontzien, en anders bewegen dan normaal. Dit is een compensatie en als u dit langere tijd blijft doen (ook al heeft u geen last meer van de rug), dan wordt dit een gewoonte. Hierdoor gaan alle spieren anders werken dan normaal en raakt de samenwerking (coördinatie) tussen de spieren verstoord: sommige spieren worden stijf, anderen verslappen of doen juist teveel. Dit geeft vaak klachten die lang blijven aanhouden, omdat de samenwerking immers al lange tijd verstoord is.
Behandel je dit niet, dan kunnen de klachten jaren blijven aanhouden omdat de coördinatie verstoord is. Als deze steeds verder verstoord raakt, kunnen de klachten erger worden. Zo zie je vaak dat de klachten op een plek zijn begonnen, en zich langzamerhand hebben uitgebreid.

In de behandeling wordt in kaart gebracht hoe de rug gebruikt wordt tijdens uw dagelijkse activiteiten, en specifiek tijdens de activiteiten die klachten geven. Ook wordt bekeken welke compensatiegewoonten zijn ontstaan.
U krijgt oefeningen om spieren langer of sterker te maken, en om de coördinatie te verbeteren. Vervolgens leert u om de rug weer op een goede manier te gebruiken en te belasten. Als de klachten al jaren aanwezig zijn, kan het in het begin lastig zijn de nieuwe gewoonten aan te wennen. Maar als de coördinatie is hersteld, gaat het vaak alweer een stuk beter en dit motiveert enorm!